80 jaar speelpleinwerking

Op 19 november 1937 werd de vzw Speelpleinen en openluchtinrichtingen van Mechelen opgericht bij notaris Edgar Delvaulx door negen personen: zes geestelijken en drie leken. Volgens de oorspronkelijke statuten was het doel van de vereniging (…) de inrichting, in werking stellen, beheeren, verspreiden, uitbreiden en in stand houden van openluchtinrichtingen (speelpleinen, openluchtklassen). Zij zal in gebruik of eigendom mogen bezitten al de onroerende goederen welke ze voor het bereiken van haar doel noodig heeft.

De achtergrond van de oprichting van onze vzw lag vooral in de bezorgdheid om de vrijetijdsbesteding van de jonge volkskinderen. In de periode 1930-1940 werden op verschillende plaatsen in Vlaanderen speelpleinen en soortgelijke initiatieven opgericht, meestal door geestelijken. Inspiratie voor de oprichting van de vzw in Mechelen vond men bij de op 4 juli 1934 opgerichte vzw Speelpleinen en openluchtinrichtingen voor Groot-Antwerpen. Men voelde dus in de grote steden de noodzaak om de stadskinderen, die vooral op straat speelden, een zinvolle vakantie te bieden. Net zoals in Antwerpen was ook in Mechelen het bisdom de drijvende kracht. De leiding van de vzw lag in de beginperiode dan ook vooral bij de geestelijken, al waren – zoals gezegd – ook enkele leken lid van de vereniging. Uit deze groep van negen leden werden er vijf weerhouden, die samen de raad van beheer vormden.

Als voorzitter werd E.H. Frederik Constant Louis Cleeremans (°1883 – †1959) aangesteld. In Mechelen vervulde hij de functies van ere-kannunik van de Metropolitane Kerk en ere-plebaan-deken van de Sint-Romboutsparochie. Secretaris van dienst was E.H. Joseph Jan De Belder (°1882 – †1963). In 1907 was hij tot priester gewijd en in 1960 werd hij kapelaan van de Begijnhofkerk Sint-Alexis en Sint-Catherina te Mechelen. De functies van penningmeester en afgevaardigd bestuurder werden opgenomen door Aloysius Victor Puttemans, advocaat van beroep. Het zou trouwens tot de wijziging van de statuten in 1998 duren, vooraleer deze functies van elkaar gescheiden werden. De overige bestuurders waren E.H. Constant Van den Maegdenbergh, op dat moment pastoor-deken van Onze-Lieve-Vrouw-over-de-Dijle, en E.H. Joannes Maria Aloysius Puttemans, die verder ook bestuurder was van de toenmalige vzw Onderwijsinstellingen der Zusters Norbertienen van Duffel.

De overige leden werden aangesteld als lid van de algemene vergadering en de vereniging vestigde haar zetel in de Schoolstraat 9 te Mechelen, het huidige justitiehuis. Op dat moment behoorde het echter nog toe aan de parochie van Sint-Rombouts en diende het als parochiehuis.

Hoe het speelpleinwerk in de beginperiode juist werd ingericht, is niet meer gemakkelijk te achterhalen. Vlak na de oprichting van de vzw, in de jaren 1938-1939, was er in elk geval een werking in het zogenaamde Papenhofke, dat nu nog steeds een klein stadspark is. Van deze periode blijft wellicht nog maar één foto over. Bij deze werking waren al twee personen actief, die beiden tot aan hun dood met de speelpleinwerking verbonden zouden blijven: E.H. Arthur Marcel Docx (°1914 – †1983) en juffrouw Paula Goossens (°1905 – †1977). Terwijl priester Docx instond voor de algemene spelleiding, maakte Paula pap en soep voor de spelende kinderen. Deze werking werd bij het uitbreken van WO II echter stil gelegd en voor zover we weten werd er in de periode 1940 – 1946 geen speelpleinwerk ingericht door de vzw. Wel werd er op zoek gegaan naar geld (voornamelijk door giften) om eigen terreinen aan te kopen.

Paula Goossens werd op 14 februari 1905 te Mechelen geboren in een welstaand burgersgezin: haar vader was immers een aannemer in marmer. Toen ze amper 14 was overleed haar vader en op 16-jarige leeftijd sloot ze zich aan bij de parochiale en patronaatswerken en de Katholieke Burgersjeugd. Zij werkte in de jaren nadien ook als vrijwilliger bij de Bonden van het Heilig Hart te Mechelen, het huidige Kerk en Leven. Zij kon hier tenslotte fulltime aan het werk. Het is in deze context dat ze in contact komt met de dan nog jonge priester Docx.

Arthur Docx werd op 14 februari 1914 geboren te Antwerpen: hij had drie broers en drie zussen en zijn vader werkte als natiebaas in de Antwerpse haven. Het was ook in Antwerpen dat hij zijn eerste ervaring in het speelpleinwerk opdeed: reeds in zijn jonge jaren was hij jeugdleider in Antwerpen, iets wat hij zou blijven doen tot 1937. In 1938 en 1939, tijdens zijn seminarie-opleiding te Mechelen, werkte hij – zoals eerder gezegd – reeds als vrijwilliger voor de vzw. Kort na zijn priesterwijding in 1939 werd Docx benoemd tot cantor aan het kapitel van de Sint-Romboutskathedraal en in 1942 tot proost van de gevangenis van Mechelen.

Na afloop van WO II werd het tijd om de vzw nieuw leven in te blazen en werd er, onder impuls van priester Docx, verder op zoek gegaan naar middelen en mensen om dit te doen. In de zomer van 1947 is het dan zover en gaat de speelpleinwerking opnieuw van start. Er worden twee werkingen op poten gezet: de meisjes en de jongens tot negen jaar konden terecht op het domein Coloma, waar een stuk terrein gekocht wordt van de congregatie Les Dames de Marie, die het domein al in 1846 verkregen hadden en er een pensionaat opgericht hadden. Dankzij priester Docx kreeg het domein nu ook tijdens de zomermaanden kinderen over de vloer: de speelpleinwerking mocht immers gebruik maken van de gebouwen daar. De werking duurde zes weken en er werd voor de kinderen een warme maaltijd voorzien, twee zaken die tot vandaag onveranderd gebleven zijn. Een tweede werking voor de oudere jongens vond plaats op het terrein aan de Galgenberg en het jaar nadien op het terrein aan de Sint-Ludwina-kerk, dat gelegen is aan de Putsesteenweg en waar nu Chiro Putsesteenweg haar lokalen heeft. De werking daar duurde tot 1949. Uit een zeldzame foto uit die periode zien we de ochtend- of namiddagformatie op de terreinen van Sint-Ludwina.

pic4b

Op Coloma was de algemene leiding van de speelpleinwerking in handen van Arthur Docx en Paula Goossens, de pleinleidster, die door de kinderen ‘tante Paula’ werd genoemd. Voor het eten en het algemene onderhoud werd er gezorgd door de zusters en de kinderen zelf werden begeleid door spelleidsters, die minstens 16 jaar moesten zijn. In 1949 diende zich zo’n 16-jarige spelleidster aan, een vrouw die tot 1998 nauw bij de speelpleinwerking betrokken zou blijven: Paula De Smedt (°1933). Het was de gewoonte van priester Docx en tante Paula om op het einde van een speelpleinzomer een bedanking uit te schrijven aan de spelleidsters. Op de hier afgebeelde bedanking kunnen we lezen:

Drie volle weken – en het hadden er zes geweest zonder die ziekte – was de onvermoeide spelleidster De Smedt Paula met haar rumoerig jongensvolkske op de Speelpleinen van Mechelen. Mechelen, 27 oogst 1949. Pleinleidster P. Goossens en aalmoezenier Docx.

Ondertussen was er ook het één en ander veranderd op bestuursniveau: de volledige raad van bestuur, die nog steeds bestond uit de stichtende leden, werd vervangen door een nieuwe raad van bestuur door de algemene vergadering van 28 december 1948. Als voorzitter werd Robert Vandekerckhove (°1917 – †1980) aangesteld: hij zou deze functie bekleden tot aan zijn dood. Op het moment van zijn aanstelling was hij notaris te Mechelen, maar hij is natuurlijk vooral bekend als CVP-senator (1958-1980) en later als voorzitter van de Senaat (1977-1980). Albert-Pieter Louis, een nijveraar te Mechelen, werd tot secretaris benoemd. De functies van penningmeester en afgevaardigd bestuurder waren natuurlijk weggelegd voor Arthur Docx. Ook de zetel van de vzw werd verplaatst naar het adres van priester Docx, namelijk de Drapstraat 14 in Mechelen.

onder toezicht van priester Docx wordt de soep in de refter van Coloma opgediend (1949)

Periode 1950 – 1970

De drassige omgeving van het domein Coloma was in feite geen ideale plaats om te spelen, maar het was wel het enige wat priester Docx op dat moment ter beschikking had. Hij wist dat de speelpleinwerking op termijn zou moeten verhuizen, de vraag was enkel waarheen. En dan diende zich in het najaar van 1949 een unieke kans aan: de adellijke Honorina Alina Alexandrina Louisa Meert bood het domein Weyneshof, gelegen te Rijmenam, te koop aan. Zij had het domein samen met haar man, notaris Jozef Hendrik Willem De Marré, gekocht in 1939. Toen haar echtgenoot echter in 1946 overleed, zag ze het niet meer zitten het domein in eigen bezit te houden. Op 17 januari 1950 verkocht ze het domein, samen met de eeuwenoude gebouwen die erop stonden, aan de vzw.

pic7

Het domein was ongeveer 7,5 ha groot en bevatte, naast enkele kleinere gebouwen zoals het ‘ovenhuis’ en ‘groenendael’, een kasteel en twee hoeves. Zonder de werking in Coloma te stoppen liet priester Docx alvast de jongens in de zomer van 1950 op het domein Weyneshof spelen. Ze maakten gebruik van de gebouwen die er waren, aangezien er op dat moment niet voldoende geld was om een nieuwbouw te starten. In de jaren nadien liet priester Docx op het domein verschillende verbouwingen doen, zodat er voldoende speelmogelijkheden en sanitaire voorzieningen waren. Een deel van de hoeve vooraan werd ingericht als kapel: doorheen het jaar organiseerde hij hier vieringen, o.a. om geld in te zamelen voor de speelpleinwerking. Tijdens de zomer diende het als refter: in het bijgebouw, de zogenaamde ‘annex’, bevond zich dan ook de keuken. Met priester Docx als algemene verantwoordelijke werd het speelplein voor het overige geleid door paters. De spelactiviteiten zelf werden begeleid door jonge jeugdleiders. Zo startte in 1962 Guido Vandeneede (°1947) als 15-jarige hulpmonitor op het speelplein: op dat moment had hij er zelf nog geen flauw benul van welke belangrijke rol hij zou gaan spelen in de verdere geschiedenis van het speelplein.

In 1957 werd de laatste werking in Coloma georganiseerd: zoals verwacht werd de locatie afgekeurd door het Nationaal Werk voor Kinderwelzijn (NKW), het huidige Kind en Gezin, dat toen ook instond voor een groot deel van de subsidiëring van het speelplein. In de zomer van 1958 verhuisden dus ook de meisjes en de kleuters naar Weyneshof. Om deze groep te kunnen opvangen, besloot priester Docx een groot gebouw te laten bijbouwen, dat het roze paleis – het huidige roze paviljoen – werd gedoopt. Het terrein werd vanaf nu opgedeeld in een jongensplein (gesitueerd rond het roze paviljoen) en een meisjesplein (het huidige formatieterrein). De jongens aten nu in het roze paviljoen, de meisjes in de kapel, waar zich ook nog steeds de keuken bevond. Het andere deel van de hoeve werd gebruikt als verblijf voor de kleuters: dit is nog steeds de huidige kleuterhoeve.

Het kasteel tenslotte diende in die tijd als verblijfplaats van priester Docx en de juffrouwen Paula en haar zus Marie-Louise Goossens. In de zomer en gedurende enkele andere periodes verbleven zij daar, de rest van het jaar woonden zij in de Drapstraat.

Sinds de sluiting van Coloma vond dus de gehele speelpleinwerking plaats op het domein Weyneshof. Maar door de blijvende groei van de werking ontstond er langzaamaan een plaatstekort op het speelplein en dit brengt priester Docx op het idee om kampen in te richten voor de oudste afdeling jongens, meer bepaald van tien tot vijftien jaar. Per zomer organiseerde hij zo’n drietal kampen, telkens op dezelfde locatie. In 1963 wordt het eerste kamp georganiseerd, en dit acht zomers lang. Het laatste kamp vond plaats in 1970: de kampen waren immers verlieslatend en ondertussen was het domein Weyneshof zo uitgebouwd dat alle kinderen van vier tot vijftien jaar op het terrein terechtkonden. De kampen stonden uiteraard onder algemene leiding van priester Docx, maar doorheen de jaren kwam de organisatie en verantwoordelijkheid in handen te liggen van twee kampleiders, de eerder genoemde Guido Vandeneede en Raf Ribbens.  Er werden dus door de Speelpleinen van Mechelen acht kampen georganiseerd:

  • Diez (Duitsland) – 1963
  • Wéris (Luxemburg) – 1964
  • Peer (Limburg)- 1965
  • Kaulille (Limburg) – 1966
  • Mechelen a/d Maas (Limburg) – 1967
  • Eksel (Limburg) – 1968
  • Buizingen (Vlaams-Brabant) – 1969
  • Bornem (Antwerpen)- 1970

Periode 1970 – 1983

Vanaf 1970 en vooral ook in de jaren die erop volgden, kreeg het speelplein meer en meer de vorm en structuur die het nu nog steeds heeft. Priester Docx, die ondertussen al meer dan 30 jaar bij de vzw betrokken was, nam meer afstand van de dagelijkse organisatie van het speelplein. Die organisatie kwam nu vooral in handen van algemeen verantwoordelijke Guido en er werden een aantal belangrijke hervormingen doorgevoerd. Zo verdwenen de paters van het speelplein en lag de spelleiding volledig in handen van jonge animatoren. Om ervoor te zorgen dat dezen een degelijke opleiding kregen, werden er vanaf 1971 ook cursussen op domein Weyneshof ingericht, opnieuw dankzij Guido. In de beginjaren werden de cursussen nog gegeven door instructoren van het vormingscentrum Galbergen, dat al enkele jaren op het speelplein Galbergen te Mol cursussen inrichtte. In 1973 werd het eigen vormingscentrum Mechelen opgericht en werden de cursussen gegeven door instructoren van de Speelpleinen van Mechelen zelf. Het organiseren van deze cursussen gebeurde onder de vlag van het NDO (Nationale Dienst voor Openluchtleven), een organisatie waarin Guido een belangrijke rol speelde. De organisatie was in 1970 opgericht en had als doel de bestaande regionale en provinciale vormingscentra voor animatoren van vakantiekampen en speelpleinwerkingen te groeperen. Dankzij deze organisatie, waaruit in 1992 de VDS (Vlaamse Dienst Speelpleinwerk) zou ontstaan, werd het speelpleinwerk en de kadervorming voor animatoren doorheen de jaren structureler georganiseerd.

Op het domein zelf liet priester Docx ondertussen de tweede hoeve afbreken en begon hij aan de bouw van de zogenaamde villa. In 1974 tenslotte trok hij samen met Paula in de villa in en bleef het kasteel onbewoond. Een deel van het kasteel werd tijdens de cursussen in de paasvakantie wel gebruikt als slaapplaats. Paula was ondertussen trouwens secretaris van de vzw geworden in 1968 na het overlijden van Albert-Pieter Louis. Priester Docx en Paula woonden nu doorheen het hele jaar in de villa en verlieten dus ook het huis in de Drapstraat. Vandaar dat in 1975 ook de zetel van de vzw gewijzigd werd naar de Wollemarkt 17.

Nu er geen kampen meer georganiseerd werden, waren alle leeftijdsgroepen terug op het speelplein vertegenwoordigd, van 4 tot 15 jaar. Bovendien trok priester Docx zich terug uit de praktische organisatie van het speelplein, zodat Guido heel wat structurele veranderingen kon doorvoeren. Een belangrijke verandering was dat het speelplein gemengd werd: het zogenaamde jongens- en meisjesplein werd afgeschaft. De kinderen werden ingedeel in vijf secties: 4-6-jarigen, 7-8-jarigen, 9-10-jarigen, 11-12-jarigen en 13-14-jarigen

De 15-jarigen waren nog steeds welkom op het speelplein, maar werden in feite niet echt meer bij de kinderen gerekend: zij waren hulpmonitoren en deden allerlei werkjes. Er werd dus in leeftijdsgroepen gespeeld, al was er een verschil tussen de voor- en de namiddag. In de voormiddag werden de secties zelf door de monitoren ingedeeld in kleinere groepen: elk van deze groepen had dan een verplichte activiteit. In de namiddag vond dan de zogenaamde instuif plaats: binnen een sectie werden verschillende activiteiten aangeboden, waartussen de kinderen konden kiezen. Vanaf 1977 breidde men deze instuif uit: over de secties heen konden de kinderen in de namiddag kiezen aan welke activiteit ze deelnamen. De weg voor een volledig open speelaanbod, dat nu nog altijd de manier van werken is op het speelplein, lag nu open. Zo werd nog later de instuif uitgebreid naar de hele dag en enkele jaren nadien konden kinderen ook kiezen om niet aan de activiteiten deel te nemen. Zij konden dan zelf spel- of knutselmateriaal uitlenen, kampen bouwen, in het bos ravotten, enz. Ter vervanging van het kampvuur op vrijdag, de reden waarom er op het domein nog steeds een ‘kampvuur-terrein’ is, werden er vanaf de begin jaren ’70 iedere vrijdagnamiddag grote themaspelen georganiseerd.

Verder werd er op de laatste dag van het speelplein steeds een slotdag georganiseerd, waarop ook de ouders werden uitgenodigd en de kinderen allerlei optredens deden. In 1973 werd ook tijdens de werking voor de eerste keer een opendeurdag georganiseerd, waarop de ouders uitgenodigd werden.

Op het speelplein werd er natuurlijk ook nog steeds gekookt: leidende figuur in de keuken was in die tijd Mariette Weyts (°1919 – †1987), die al sinds 1960 als kokkin op het speelplein aan de slag was. Dankzij haar bezitten we ook menu’s uit die tijd.

Nu de werking volledig in handen lag van gebrevetteerde monitoren, was het belangrijk om deze vrijwillige jongeren bij het speelpleinwerk te blijven betrekken. Daarom werd in 1974 voor de eerste keer door Guido het speelpleinblad the crazy monies uitgegeven: het blad verscheen viermaal per jaar en werd naar alle monitoren gestuurd. Het bevatte spelideeën, voorstellen van monitoren, verslagen van werkgroepen, evaluaties van de zomerwerking, enz. Met dit blad werd er in feite gezorgd voor een soort van jaarwerking voor monitoren, en het zou dan ook vele jaren uitgegeven worden.

Periode 1983-1998

Rond 1980 veranderde er heel wat in de vereniging door het verdwijnen van een hele generatie. Zo moest de werking in 1977 afscheid nemen van Paula Goossens, die zo’n veertig jaar van haar leven aan het speelplein gewijd had. In 1980 dan volgde het overlijden van Robert Vandekerckhove, die meer dan dertig jaar voorzitter van de vereniging was geweest. Maar het overlijden met de grootste gevolgen, was ongetwijfeld dat van Arthur Docx, op 2 januari 1983. Het speelplein moest afscheid nemen van zijn stichter en bezieler, de man die zich het grootste deel van zijn leven had gewijd aan ‘zijn’ speelplein. Op bestuursniveau brachten de overlijdens heel wat veranderingen teweeg: in 1981 werd Guido voorzitter, maar na het overlijden van priester Docx werd hij in 1983 aangesteld als afgevaardigd bestuurder. In de functie van voorzitter werd Guido op zijn beurt opgevolgd door Karel Vandekerckhove, zoon van Robert Vandekerckhove. Eveneens in 1981 was Paula De Smedt, die nog steeds nauw bij de speelpleinwerking betrokken was, al tot secretaris aangesteld. Op het speelplein zelf veranderde er niet zo bijster veel, aangezien Guido al vele jaren voor het overlijden van priester Docx de leiding van het speelplein in handen had gekregen.

Net als zijn voorganger bewoonde Guido nu ook de villa, echter alleen tijdens de zomermaanden en dus niet doorheen het hele jaar. Gelukkig werd sinds enkele jaren het kasteel ook opnieuw doorheen het hele jaar bewoond: in 1980 was Stan Broos (°1933 – †2009) met zijn gezin in het kasteel ingetrokken. Stan was een goede vriend van priester Docx, die hij nog kende vanuit zijn jeugd, toen hij zelf als animator op het speelplein had gestaan. Stan Broos en zijn gezin zouden tot 1988 op het kasteel wonen.

 

Periode 1998-2017

Een nieuw kantelmoment in de geschiedenis van het speelplein vond plaats in 1998, toen er werd besloten om de vzw volledig te hervormen: aan de gehele raad van bestuur werd ontslag verleend en er werd een nieuwe raad van bestuur geïnstalleerd. De statuten, die nog grotendeels overeenkwamen met de statuten uit 1937, werden volledig herschreven en de zetel van de vzw verhuisde van de Wollemarkt 17 naar de Hanswijkstraat 71. Op die manier kwam ook een einde aan de zeer lange speelpleincarrière van Guido en Paula: Alain Noëz (°1968) volgde Guido op als afgevaardigd bestuurder, Maaike Bryssinck volgde Paula uiteindelijk op als secretaris. Alain was al sinds 1987 monitor op het speelplein: hij was ook al jaren pleinleider en zetelde op dat moment ook al enkele jaren in de raad van bestuur. Een belangrijke verandering op bestuursniveau was ook het opsplitsen van de functie van afgevaardigd bestuurder en die van penningmeester. Tot dan toe werden beide functies steeds door één persoon gecombineerd: bedoeling was om het werk van de afgevaardigd bestuurder te verlichten én om te zorgen voor meer transparantie.

In de statuten werd ook de oprichting voorzien van twee adviesraden: een domeinraad en een pleinraad. De domeinraad, die zich vooral bezig moest houden met de onderhoud van het domein en de opvolging van de verhuur, was een volledig nieuw concept en kende in het begin dan ook geen gemakkelijke start. Langzaamaan kreeg het echter meer en meer vorm, zodat het ook nu nog steeds een volwaardige raad is. De eerste voorzitter van de domeinraad was Frank Van der Auwera, oud-pleinleider en huidig keukenverantwoordelijke. De pleinraad kan gezien worden als een opvolging van allerlei soorten overleg die reeds voordien bestonden, vooral onder pleinleiders en enkele bestuursleden. De eerste voorzitter van de pleinraad was Frank Wauters. Door deze twee raden een eigen plaats te geven in de statuten, werd aan alle vrijwilligers de mogelijkheid gegeven zich mee te buigen over het reilen en zeilen van het speelplein.

Net als zijn voorganger Guido speelde Alain ook een belangrijke rol binnen het NDO, en meer bepaald binnen de in 1992 opgerichte deelorganisatie VDS (Vlaamse Dienst Speelpleinwerk). De banden tussen speelplein Weyneshof en VDS werden sterk aangehaald, om te beginnen doordat in 2000 het steunpunt van VDS Antwerpen naar het speelplein verhuisde. In datzelfde jaar werd ook de eerste trefdag voor animatoren uit heel de provincie Antwerpen georganiseerd op speelplein Weyneshof, de zogenaamde Bonga Bongo. Bovendien was het speelplein ook de plaats waar de VDS in 2001-2002 zijn eerste internationale kampen organiseerde, waarbij animatoren en kinderen uit zowat heel Europa deelnamen.

In 2005 kreeg de vzw een unieke kans om het speelpleinwerk terug naar Mechelen te brengen. De pas opgerichte vzw Salvator bood hen de gelegenheid om in de schoolvakanties speelpleinwerk te organiseren in de vroegere kleuterschool Ter Hert. Zij hadden het leegstaande gebouw nabij Tivoli gekocht en vernieuwd om het aan scholen te verhuren. Omdat ze wilden dat het ook in de vakanties dienst zou doen, boden ze het gebouw gratis aan aan de vzw. Omdat speelpleinwerk in de overige schoolvakanties onmogelijk leek, besloot men vanaf de zomer van 2006 de werking verder te zetten op domein Ter Hert, wanneer deze afgelopen was op domein Weyneshof. De nieuwe werking kreeg de naam Weyneshof op Locatie (WoL) en ging van start op woensdag 16 augustus 2006, onder leiding van Johan Cornière (°1985), die sinds enige jaren ook pleinleider was op het speelplein. Het was een bescheiden werking, die in het begin zo’n dertig kinderen per dag trok. Ook in 2007 en 2008 werd WoL georganiseerd en de kinderaantallen stegen. In 2008 was de locatie wel van eigenaar veranderd: het domein en gebouw waren nu in handen van vzw Emmaüs. Zij hadden andere plannen met de locatie, zodat 2008 het laatste jaar was dat de werking er kon doorgaan. Een nieuwe locatie werd door de vzw gezocht én gevonden: in 2009 mocht WoL doorgaan in de basisschool Sint-Jozef Coloma. Dit was natuurlijk ook bijzonder, omdat de werking in 1947 zijn begin had gekend op het domein Coloma. Omdat Johan ondertussen afgevaardigd bestuurder was geworden, kwam de leiding in handen van pleinleider Ernest Bossuyt (°1988). Op het einde van de werking moest men echter vaststellen dat speelpleinwerk in een school niet ideaal was. Na vier jaar werd het project WoL opgedoekt

In de zomer van 2007 werd er met een nieuw en opmerkelijk project gestart onder de naam SNeL, wat staat voor Spelend Nederlands Leren en dit in samenwerking met de dienst Onderwijsondersteuning van de Stad Mechelen. De bedoeling van het project was om anderstalige nieuwkomers de kans te geven om ook in de zomer met Nederlands bezig te zijn. Bovendien konden de kinderen zo ook kennis maken met een typische vorm van jeugdwerk die voor hen meestal onbekend is. Het project werd meteen een succes en in 2011 werd het vijfjarig bestaan nog uitvoerig gevierd. Gedurende deze vijf jaar lag de coördinatie in handen van Wien Arnauts (°1988), die voordien al enkele jaren op het speelplein actief was als animator.

Na de zomer van 2008 besloot Alain zijn functie van afgevaardigd bestuurder neer te leggen en hij gaf de fakkel door aan Johan, die sinds 2009 als eindverantwoordelijke van de speelpleinwerking fungeert.